Vorig resultaat Volgend resultaat

12 Leningen en overige financiële verplichtingen, inclusief derivaten 14 Voorzieningen

13 Personeelsbeloningen

De personeelsbeloningen omvatten:

  • verplichtingen aan vervroegd uitgetreden personeelsleden omvattend het bedrag van de toekomstige uitkering die voormalige werknemers ontvangen op grond van de toenmalige VUT-regeling en in het kader van de overgangsregeling vervroegde uittreding bij 40 dienstjaren (OVUT);
  • andere werknemersvergoedingen op lange termijn waaronder jubileumuitkeringen;
  • verplichtingen als gevolg van arbeidsongeschiktheid en aanvullingen op sociale uitkeringen;
  • verplichtingen in verband met toegezegd-pensioenregelingen (voor nadere toelichting zie hieronder).

  31 december 2014 31 december 2013
Toegezegd-pensioenregelingen 2 0
Andere langetermijnpersoneelsverplichtingen 31 28
OVUT 0 5
     
Totaal 33 33

Pensioenverplichtingen

Voor het personeel van de NS groepsmaatschappijen gelden de pensioenregelingen van de volgende pensioenfondsen met vermelding van de aantallen aangesloten actieve deelnemers (ultimo 2014):

Spoorwegpensioenfonds (15.780)
Bedrijfstakpensioenfonds Horeca & Catering (3.162)
Bedrijfstakpensioenfonds voor het levensmiddelenbedrijf (631)
Aanvullende pensioenregeling Servex (120)
Greater Anglia (2.377)
Abellio Transport Holdings (55)
Abellio London & Surrey (1.863)
Qbuzz (2.070)

In alle gevallen waarin sprake is van aansluiting bij bedrijfstakpensioenfondsen geldt dat NS groepsmaatschappijen geen verplichting hebben tot het voldoen van aanvullende bijdragen in het geval van een tekort bij het bedrijfstakpensioenfonds, anders dan het voldoen van de toekomstige premies. Evenmin kunnen de NS groepsmaatschappijen rechten doen gelden op eventuele overschotten in de fondsen. Als gevolg hiervan zijn deze toegezegd-pensioenregelingen conform IFRS in deze jaarrekening verwerkt als toegezegde-bijdrageregeling.

Het totale bedrag aan pensioenpremies ten laste van de winst-en-verliesrekening was in 2014 € 61 miljoen (2013: € 45 miljoen). De herziening van het vergelijkende cijfer 2013 is het gevolg van de toegepaste stelselwijziging joint arrangements.

Pensioenregeling Spoorwegpensioenfonds (toegezegde-bijdrageregeling)

De pensioenregeling voor de bedrijfstak Spoorwegen is ondergebracht bij het Spoorwegpensioenfonds. Deze regeling wordt voor de financiële verantwoording als een toegezegde-bijdrageregeling gekwalificeerd. De premie die met het spoorwegpensioenfonds is overeengekomen, is een vaste, vooraf vastgestelde, jaarlijkse premie (2014: 8,1%), uitgedrukt in een percentage van de pensioengrondslag. Deze stijgt tot uiteindelijk de kostendekkende premie van het Spoorwegpensioenfonds. Van de pensioenpremie die aan het Spoorwegpensioenfonds wordt afgedragen, komt 2/3 deel voor rekening van de onderneming en 1/3 deel voor rekening van de medewerkers.

De onderneming heeft na betaling van de overeengekomen premie geen verplichting tot het betalen van aanvullende bedragen in geval sprake zou zijn van een tekort bij het pensioenfonds. De actuariële risico’s en de beleggingsrisico’s liggen bij het pensioenfonds en zijn deelnemers. De pensioenkosten worden tot 2035 deels gecompenseerd door de vrijval van de afkoopsom loonkostensprong (zie noot 11).

Voor Abellio London & Surrey, Qbuzz en de aanvullende pensioenregeling Servex geldt een toegezegde-bijdrageregeling.

Toegezegde-pensioenregelingen

Abellio Transport Holdings

Abellio Transport Holdings heeft het beheer van de pensioenregeling voor hun personeel ondergebracht bij het Railways Pension Scheme. Het betreffende fonds is te beschouwen als ondernemingspensioenfonds en de pensioenregeling als een toegezegd-pensioenregeling. De pensioenverplichtingen en het pensioenvermogen zijn bepaald op de actuariële berekeningen die per 31 december zijn uitgevoerd. Ultimo 2014 bedroeg de netto verplichting € 2 miljoen (2013: nihil), bestaande uit een bruto pensioenverplichting van € 9 miljoen en fondsbeleggingen van € 7 miljoen. De gemiddelde looptijd van de verplichting is 26 jaar.

Greater Anglia

Greater Anglia heeft het beheer van de pensioenregeling voor hun personeel ondergebracht bij het Railways Pension Scheme. De betreffende fondsen zijn te beschouwen als ondernemingspensioenfondsen en de pensioenregeling als een toegezegd-pensioenregeling.

Het nadelige verschil tussen pensioenverplichtingen en pensioenvermogen is opgenomen onder de overige langlopende verplichtingen en omvat het bedrag dat over de lengte van de concessieperiode (tot 6 februari 2016) zal leiden tot betaling. Het bedrag dat aan het einde van de concessieperiode resteert, is niet in de balans opgenomen, omdat dit tot de verplichtingen van de volgende concessieverkrijger zal behoren. Ultimo 2014 is de netto verplichting nihil (2013: nihil).

Van het totaal van berekende pensioenlasten komt 60% voor rekening van de werkgever en 40% voor rekening van de werknemers.

De pensioenverplichtingen en het pensioenvermogen zijn bepaald op de actuariële berekeningen die per 31 december zijn uitgevoerd.

Uitgangspunten toegezegde-pensioenregelingen

Bij de bepaling van de pensioenverplichtingen en het pensioenvermogen zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd (gebaseerd op gewogen gemiddelde):

  2014 2013
Disconteringsvoet 3,8% 4,6%
Loonsomstijging 3,6% 3,9%
Pensioenstijging 2,4% 2,7%
Inflatie 3,1% 3,4%

Tabel voor de levensverwachtingen: 2010 SFO valuation (Greater Anglia) en S1NA tables met CMI 2011 projecties (Abellio Holdings).

Samenstelling

De samenstelling van de pensioenverplichtingen is als volgt:

  31 december 2014 31 december 2013
Reële waarde van de fondsbeleggingen 460 375
Contante waarde van de toegezegd-pensioenrechten 722 603
Nadelig verschil 262 228
Aandeel van de werknemers  -104 -91
Nadelig verschil aan het einde van de concessieperiode -156 -137
Afwaardering pensioenoverschot 0 0
     
Netto verplichtingen van de Groep (over de concessieperiode) 2 0

Gevoeligheidsanalyse

Redelijkerwijs mogelijke wijzigingen op balansdatum in een van de relevante actuariële veronderstellingen, waarbij andere veronderstellingen constant blijven, zouden de volgende invloed hebben op de brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten:

  Toename Afname
Gevoeligheidsanalyse (verandering met 0,25%)    
Disconteringsvoet -35 37
Inflatie 37 -35
Toekomstige salarisverhogingen 15 -15

Verandering van de sterfteverwachting met 1 jaar zou een invloed hebben van circa € 18 miljoen op de brutoverplichting.

De invloed van deze wijzigingen op de netto verplichtingen van de Groep over de concessieperiode is naar verwachting beperkt gezien de overdracht van verplichtingen aan het einde van de Greater Anglia-concessie.

Verloop

Het verloop van het pensioenvermogen en van de pensioenverplichtingen is als volgt:

  2014 2013
Fondsbeleggingen op 1 januari 375 352
Rentebaten 18 15
Pensioenpremies 20 18
Uitbetaalde pensioenen -13 -12
Administratiekosten -4 -3
Rendement op fondsbeleggingen, exclusief rentebaten 36 12
Koersresultaat 28 -7
Fondsbeleggingen op 31 december 460 375
     
Toegezegd-pensioenrechten op 1 januari 603 531
Pensioenlasten 23 20
Interestkosten 29 23
Uitbetaalde pensioenen -13 -12
Netto-actuariële winst of verlies 35 51
Koersresultaat 45 -10
Toegezegd-pensioenrechten op 31 december 722 603

Samenstelling pensioenvermogen

De samenstelling van het pensioenvermogen is als volgt:

  31 december 2014 31 december 2013
Aandelen 236 169
Vastrentende waarden 60 48
Vastgoed 48 35
Geldmiddelen 36 32
Overig 80 91
Totaal 460 375

  31 december 2014 31 december 2013
Pensioenlasten 14 12
Renteresultaat 0 0
Administratiekosten 2 2
Totaal 16 14

  2014 2013
Actuariële winst of verlies als gevolg van:    
- demografische veronderstellingen 0 0
- financiële veronderstellingen -67 -52
- aanpassing op grond van ervaringen 31 0
Rendement op fondsbeleggingen, exclusief rentebaten 37 12
Resultaat veranderingen in de concessie 3 26
Veranderingen in deelnemersaandeel -1 16
Totaal  3 2

De Groep verwacht € 17 miljoen aan pensioenlasten te verwerken inzake bovengenoemde toegezegd-pensioenregelingen in 2015. In 2014 was deze pensioenlast € 16 miljoen.

OVUT

Als gevolg van de CAO die in 1998 is afgesloten voor de sociale eenheid van de Groep is de VUT-regeling destijds vervangen door de vroegpensioenregeling. Voor personeelsleden die vóór de vroegpensioenleeftijd 40 dienstjaren bereiken en zijn geboren voor 1950 geldt een overgangsregeling. Voor personeelsleden die vóór de vroegpensioenleeftijd 40 dienstjaren bereiken en zijn geboren na 1949 geldt dat het voor deze categorie werknemers gereserveerde bedrag is ingezet voor de levensloopregeling. De uitvoering van deze overgangsregeling is overgedragen aan het Spoorwegpensioenfonds. Ter afdekking van de verplichtingen is een bedrag ineens ter beschikking gesteld aan het Spoorwegpensioenfonds. De Groep heeft ultimo 2014 geen verplichtingen meer ten aanzien van de OVUT.

Andere langetermijnpersoneelsverplichtingen

Hieronder zijn opgenomen jubileumverplichtingen. Voor de berekening van de jubileumverplichtingen wordt de prognosetafel AG2014 gebruikt.

Het verloop van de voorziening is als volgt:

  2014 2013
Verplichtingen op 1 januari  28 23
     
Uitkeringen -3 -2
Actuarieel resultaat 5 6
Oprenting 1 1
Verplichtingen op 31 december 31 28

Het kortlopend deel van deze voorziening bedraagt € 3 miljoen.

De gevoeligheden zijn als volgt:

  2014 2013
Discontering (-0,5%) 4,1% 3,8%
Loonsomstijging (-0,5%) -3,8% -3,6%
Carrierekansen (+25%) 2,6% 2,5%
Ontslagkansen (+25%) -4,4% -4,1%