Vorig resultaat Volgend resultaat

27 Winstbelasting 29 Verbonden partijen

28 Financieel risicobeheer

Financiële instrumenten zijn overeenkomsten die leiden tot een financieel actief bij één partij en een financiële verplichting of eigen-vermogensinstrument bij een andere partij. Hieronder vallen zowel traditionele financiële instrumenten (vorderingen, schulden en effecten) als afgeleide financiële instrumenten (derivaten).

Financiële instrumenten brengen in beginsel risico’s mee. Bij de Groep gaat het voornamelijk om marktrisico, kredietrisico en liquiditeitsrisico. Deze paragraaf geeft toelichting op de doelstellingen en het beleid betreffende de beheersing van risico’s uit hoofde van financiële instrumenten, alsmede het beheer van kapitaal.

Het risicobeleid van de Groep heeft als doel de risico's waarmee de Groep zich geconfronteerd ziet, in kaart te brengen en te analyseren, passende risicolimieten en -controles te bepalen en naleving van de limieten te bewaken. Beleid en systemen voor financieel risicobeheer worden regelmatig geëvalueerd en, waar nodig, aangepast aan de veranderingen in de marktomstandigheden en de activiteiten van de Groep.

Ten behoeve van een adequaat risicobeheer is aanvullend beleid vastgesteld voor een aantal bedrijfsonderdelen. Zo kennen NS Insurance en Abellio specifieke risicobeheersing ten opzichte van de bedrijfsonderdelen waarvoor Corporate Treasury inhoud geeft aan het financiële risicobeheer.

Voorzover het beleid van Corporate Treasury betrekking heeft op de bedrijfsonderdelen is dit beleid opgenomen in het Handboek Cashmanagers (dat een onderdeel is van de totale NS Reporting Manual) dat voor iedere Nederlandse medewerker die toegang heeft op het NS-Intranet. De Groep wil aan de hand van beleidsnormen en -procedures een gedisciplineerd en constructief klimaat ontwikkelen waarin alle werknemers hun rol en verplichtingen begrijpen. De Groep streeft er tevens naar om kennis en kunde te spreiden over meerdere functionarissen opdat een te grote mate van afhankelijkheid van individuele personen wordt beperkt.

Via Abellio neemt de Groep deel in buitenlandse vervoersconcessies. Deze activiteiten vinden hoofdzakelijk plaats in Engeland deels middels een joint venture met partner Serco, waarin beide partijen gelijk zijn vertegenwoordigd. Voorts heeft Abellio ondernemingen in Nederland en Duitsland. De aard van de risico’s en beheersmaatregelen zijn vergelijkbaar met NS, rekening houdend met de omvang van deze activiteiten.

De Auditcommissie en de raad van commissarissen zien toe op de toereikendheid van het risicobeheerkader in samenhang met de risico's waarmee de Groep te maken heeft. De Auditcommissie van de Groep wordt in haar toezichthoudende functie bijgestaan door NS Audit en de afdeling Corporate Finance and Administration. NS Audit levert door het uitvoeren van regelmatige en incidentele evaluaties, aanvullende assurance over de goede beheersing van alle bedrijfsprocessen van NS. De bevindingen van NS Audit worden gerapporteerd aan de Auditcommissie.

Verzekeringstechnische risico’s

In het kader van haar bedrijfsactiviteiten loopt de Groep risico’s die verzekerd kunnen worden. Risico’s boven het eigen behoud van de bedrijfsonderdelen worden beheerst via dochteronderneming NS Insurance. Dit betreft het risico van bots-, brand-, bedrijfs- en aansprakelijkheidsschades. De maximale omvang van deze schades wordt eens in de drie jaar, of vaker indien gewijzigde omstandigheden daartoe nopen, berekend door externe deskundigen. Dochteronderneming NS Insurance verzekert de genoemde risico’s van de bedrijfsonderdelen. Zij verzekert geen derde partijen. Indien de totale jaarlijkse schadelast het eigen behoud van NS Insurance overschrijdt, wordt deze door herverzekering gedekt. De reguliere schades van de Groep worden vergoed uit de premie-inkomsten en beleggingsopbrengsten van NS Insurance. Indien de schade hoger is dan de reguliere schade doch lager dan het eigen behoud van NS Insurance, wordt deze voldaan uit de – toereikende – vrije reserve van NS Insurance.

NS Insurance is herverzekerd door middel van stop-loss-herverzekeringscontracten. Periodiek worden MPL-(Maximum Possible Loss) onderzoeken gedaan om onderverzekering te voorkomen. NS Insurance sluit, indien de marktomstandigheden dit mogelijk maken, uitsluitend herverzekeringen af bij partijen met een rating van ten minste A +, stable outlook. Indien de rating daalt beneden A- is zij in de gelegenheid de herverzekeringsovereenkomst op te zeggen. Dit heeft zich tot op heden niet voorgedaan. De herverzekeraars van NS Insurance hebben een rating van minimaal A -.

NS Insurance is een verzekeringsmaatschappij, die onder toezicht staat van De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten. De gewenste omvang van de aan te houden vrije reserves wordt, zoals in de verzekeringsbranche gebruikelijk, gekoppeld aan de door De Nederlandsche Bank vereiste solvabiliteitsmarge. In de (industriële) verzekeringsmarkt is het gebruikelijk vrije reserves aan te houden ter grootte van factor 3 keer de solvabiliteitsmarge. Voor 2014 is een solvabiliteitsmarge vereist van circa € 4 miljoen. Voor NS Insurance betekent dit dat een vrije reserve van € 12 miljoen toereikend is. NS Insurance voldoet hier ruimschoots aan.

Informatie omtrent risico’s en financiële instrumenten

De volgende financiële risico's kunnen worden onderscheiden: marktrisico, kredietrisico en liquiditeitsrisico. Daarnaast zijn er nog risico’s uit hoofde van crossborder-leasetransacties.

Marktrisico

Marktrisico betreft het risico dat de inkomsten en uitgaven van de Groep of de waarde van de beleggingen in financiële instrumenten nadelig worden beïnvloed door veranderingen in marktprijzen, zoals die van grondstofprijzen, valutakoersen en rentetarieven. Het beheer van het marktrisico heeft tot doel de marktrisicopositie binnen aanvaardbare grenzen te houden bij een optimaal rendement.

Prijsrisico grondstoffen

De Groep is gevoelig voor het effect van marktfluctuaties in de energieprijs. In 2014 heeft de Groep met Eneco een tienjarig contract (2015-2024) afgesloten voor de levering van groene tractie-elektriciteit aan het materieelpark in Nederland. Vanaf 2015 rijdt 50% van de treinen in Nederland op groene stroom en in 2018 rijden we in Nederland volledig groen op het spoor. Ultimo 2014 bedraagt de afnameverplichting o.b.v. het 10-jarige contract € 194 miljoen (2013: € 105 miljoen voor alleen 2014 op basis van contract met Essent). De transportkosten en energiebelasting maken geen deel uit van weergegeven afnameverplichting. Het contract dekt de volgende risico's als volgt (gedeeltelijk) af:

  • Prijsrisico: de vergoedingen voor de Programma Verantwoordelijkheid en Garanties van Oorsprong liggen de gehele contractperiode vast. Het contract biedt de mogelijkheid voor toekomstige jaren de benodigde elektriciteit op basis van een hedge-strategie in te kopen waarmee de mate van blootstelling aan de marktprijs wordt beperkt.
  • Kredietrisico: het kredietrisico is beperkt tot de credit rating afhankelijke drempels. Indien de zogeheten Exposure (deze houdt o.a. rekening met het verschil tussen marktwaarden en contractwaarde van ingedekt elektriciteit op basis van hedge strategie) boven een bepaalde credit rating afhankelijke drempel uitkomt dient de Groep dan wel Eneco garanties dan wel cash collateral te stellen aan de andere partij.
  • Volumerisico: het volume risico is beperkt omdat voor elk nieuw jaar het volume het jaar daarvoor opnieuw wordt opgegeven. Binnen het betreffende jaar geldt in aanvulling op voorgaande nog een bandbreedte t.a.v. het volume waarbinnen meer of minder verbruik geen effect heeft op de prijs.
  • Imagorisico: het contract voorziet in evaluatie in 2019 of de verduurzaming van de tractie-elektriciteit in voldoende mate heeft plaatsgevonden. Indien dit onverwacht en onverhoopt niet het geval zou zijn dan heeft NS het recht het contract te beëindigen met ingang van 2020.

Abellio heeft voor enkele dochters brandstof-hedgecontracten afgesloten om zich deels in te dekken tegen de bewegingen in de brandstofprijs en de daarmee samenhangende valutarisico’s. Hiertoe worden voor een gedeelte van haar brandstofkosten maandelijks forward-contracten gebruikt voor een toekomstige periode (variërend tussen ultimo 2014 en 2016) ter indekking van de risico’s ten aanzien van de brandstofkosten en de daarmee samenhangende valutarisico’s. De met deze hedgecontracten afgegeven garanties zijn opgenomen in noot 18.

Leegstandrisico vastgoedbeleggingen

Ten aanzien van de vastgoedbeleggingen loopt de Groep het risico op leegstand. Ter beperking van dit risico maakt de Groep gebruik van langdurige huurovereenkomsten met solide partijen. Ondanks afname van de gemiddelde resterende looptijd van de huurovereenkomsten bedraagt deze ultimo 2013 nog meer dan 5 jaar. De Groep blijft streven naar het afsluiten van langdurige huurovereenkomsten met solide partijen.

Valuta- en renterisico’s

Valuta- en renterisico's worden grotendeels centraal beheerd. Het aanhouden van zowel rente- als valutaposities met betrekking tot buitenlandse concernonderdelen is gereglementeerd en vindt plaats binnen gedefinieerde positielimieten. Speculatieve posities worden niet ingenomen.

De Groep maakt gebruik van afgeleide financiële instrumenten om de valuta- en renterisico’s af te dekken die voortvloeien uit bedrijfs-, financierings- en investeringsactiviteiten. Dergelijke transacties vinden plaats binnen vastgestelde richtlijnen. Afhankelijk van de omstandigheden kan dit beleid van tijd tot tijd worden aangepast. In overeenstemming met het treasurybeleid houdt de Groep geen derivaten aan voor handelsdoeleinden en geeft de Groep deze ook niet uit.

Valutarisico

De Groep loopt valutarisico op inkopen, handelsactiviteiten, liquide middelen, opgenomen leningen, overige balansposities en niet in de balans opgenomen verplichtingen die luiden in een andere valuta dan de euro. Uit hoofde van haar bedrijfsactiviteiten heeft de Groep hoofdzakelijk valutaposities in het Britse pond (GBP) en de Zwitserse frank (CHF). De Groep onderkent met betrekking tot vreemde valuta het transactierisico, het translatierisico en het economische risico.

Transactierisico’s

Dit betreffen risico’s ten aanzien van toekomstige kasstromen in vreemde valuta, alsmede ten aanzien van balansposities in vreemde valuta. Het beleid van de Groep is erop gericht 100% van alle materiële posten die in vreemde valuta luiden met uitzondering van valutarisico’s op buitenlandse deelnemingen (zie translatierisico) af te dekken. Het risico van schommelingen in wisselkoersen wordt afgedekt met behulp van valutatermijncontracten, spot en/of termijn aan- en verkopen en swaps waardoor een of meer van de risico’s waaraan de primaire financiële instrumenten onderhevig zijn, worden overgedragen aan andere contractpartijen. Ultimo 2014 heeft de Groep voor afdekking van specifieke valutaposities een aantal forward contracten afgesloten. De reële waarde van deze valutaderivaten ultimo 2014 bedraagt € 0,3 miljoen.

Hoofdzakelijk vinden aan- en verkopen, investerings- en financieringsverplichtingen alsmede verrekeningen met buitenlandse spoorwegmaatschappijen plaats in de functionele valuta van de bedrijfsonderdelen van de Groep, de euro (EUR) en het Britse pond (GBP). Ultimo 2014 en 2013 worden er geen materiële posten in andere valuta dan de functionele valuta van het desbetreffende bedrijfsonderdeel aangehouden.

Gevoeligheidsanalyse

Aangezien ultimo 2014 en ultimo 2013 geen materiële posten in vreemde valuta worden aangehouden, heeft een verandering van de euro ten opzichte van een vreemde valuta per jaareinde geen materieel effect op het vermogen en de winst over de verslagperiode.

Translatierisico’s

Dit betreffen risico’s ten aanzien van de omrekening van (de balansposten van) buitenlandse dochterondernemingen waarvan de functionele valuta anders is dan de euro. De risico’s die hieruit voortvloeien, worden alleen afgedekt indien de Groep verwacht de betreffende bedrijfsactiviteiten op termijn te beëindigen. De nettovermogenswaarde van de dochteronderneming kan dan worden afgedekt. Indien er geen besluit is de betreffende dochteronderneming af te stoten of te sluiten, worden de omrekenverschillen via de wettelijke reserve koersverschillen in het eigen vermogen verantwoord.

Economische risico’s

Deze zijn gerelateerd aan een mogelijke verslechtering van de concurrentiepositie als gevolg van een verandering in de waarde van buitenlandse valuta. Deze risico’s worden op dit moment niet afgedekt, omdat de waarschijnlijkheid dat de concurrentiepositie als gevolg hiervan afneemt laag is. Daarnaast wordt dit risico beschouwd als een normaal zakelijk risico. 

De belangrijkste wisselkoers gedurende het verslagjaar luidt als volgt:

  Gemiddelde koers Spot rate op
  2014 2013 31 december 2014 31 december 2013
GBP 1,24 1,18 1,28 1,20

Renterisico

Het beleid van de Groep is erop gericht dat minimaal 50% van het renterisico op opgenomen leningen is gebaseerd op een vaste rente. Bij het bepalen van het renterisico op opgenomen leningen kan de Groep rekening houden met beschikbare liquiditeiten die het renterisico van variabel rentende leningen kunnen neutraliseren. De Groep maakt gebruik van derivaten zoals renteswaps om het renterisico te beperken. De volgende tabellen geven inzicht in de rente per balansdatum, alsmede de vervaldatum of - indien eerder - de contractuele renteherzieningsdatum. Dit betekent dat een positie waarvan de renteherzieningsdatum in het aankomende jaar ligt, geclassificeerd is in de categorie ’12 maanden of minder’.

Onderstaande tabel geeft de verdeling weer van de tot de rentedragende vaste en vlottende activa behorende financiële activa naar de rente op de balansdatum evenals de looptijd.

Bovenstaande deposito’s en voor verkoop beschikbare financiële vaste activa zijn onder meer bestemd voor betaling van de aangegane investeringsverplichtingen van circa € 680 miljoen (2013: € 330 miljoen), aflossing en rentebetaling van de leningen, langlopende voorzieningen en verplichtingen.

Door middel van een reële waarde afdekking waarbij gebruikt wordt gemaakt van renteswaps is het renterisico van een gedeelte van de voor verkoop beschikbare financiële vaste activa afgedekt. Deze renteswaps hebben ultimo 2014 een nominale waarde van € 60 miljoen (2013: € 60 miljoen). De boekwaarde van deze derivaten is ultimo 2014 € 0,5 miljoen (2013: 0,5 miljoen).

De volgende toelichting bevat informatie over de contractuele bepalingen van de rentedragende leningen en overige financiële verplichtingen van de Groep, die worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs.

Het overzicht van uitstaande leningen is als volgt:

        31 december 2013
  Valuta Nominale rente Afloopdatum Nominale waarde Boekwaarde
Onderhandse leningen EUR 0,05 2014-2016 3 3
Onderhandse leningen EUR 0,05 2017-2019 11 11
Onderhandse leningen EUR 0,03 2014-2027 3 3
Onderhandse leningen EUR variabel 2016 354 354
Onderhandse leningen EUR variabel 2017 44 44
Onderhandse leningen EUR variabel 2019 51 51
Onderhandse leningen EUR 0,03 2018 195 195
Financiële leaseverplichtingen EUR 6% 2017 88 88
           
Totaal lang en kortlopende leningen       749 749
Derivaten         38
          787
Waarvan opgenomen als:          
           
Langlopende verplichting         730
Kortlopende verplichting         57
          787

        31 december 2014
  Valuta Nominale rente Afloopdatum Nominale waarde Boekwaarde
Onderhandse leningen EUR 5% 2017 5 5
Onderhandse leningen EUR 4% - 5% 2018 3 3
Onderhandse leningen EUR 4% 2019 2 2
Onderhandse leningen EUR 5% 2023 2 2
Onderhandse leningen EUR variabel 2016 355 355
Onderhandse leningen EUR variabel 2017 43 43
Onderhandse leningen EUR variabel 2019 51 51
Onderhandse leningen EUR 3% 2025 320 320
Financiële leaseverplichtingen EUR 6% 2017 91 91
           
Totaal lang en kortlopende leningen       872 872
Derivaten         55
          927
Waarvan opgenomen als:          
           
Langlopende verplichting         867
Kortlopende verplichting         60
          927

Met behulp van de renteswaps wordt bewerkstelligd dat het karakter van variabelrentende leningen wordt omgezet in dat van vastrentende leningen. Van het totaal bedrag aan onderhandse leningen wordt het renterisico van de variabele onderhandse leningen voor een bedrag van € 418 miljoen (2013: € 419 miljoen) afgedekt. De afdekking is als volgt:

  2014 2013
Cashflow hedge accounting    
     
Afgedekte waarde van de onderhandse leningen 418 419
Onderliggende waarde rentederivaten 418 419
     
Hedge effectiviteit 100% 100%

De navolgende tabellen laten de perioden zien waarin de nettokasstromen voor belastingen met betrekking tot derivaten die als kasstroomafdekkingen fungeren naar verwachting zullen plaatsvinden. Met deze kasstroomafdekkingen wordt het renterisico deels gemitigeerd.

Kasstroom uit voor afdekking gebruikte renteswaps

  2013   Verwachte          
    Boekwaarde  kasstromen < 6mnd 6-12 mnd 1-2 jaar 2-5 jaar >5 jaar
Renteswaps                
Verplichtingen   38 46 7 7 32   0
                 
  2014   Verwachte          
    Boekwaarde  kasstromen < 6mnd 6-12 mnd 1-2 jaar 2-5 jaar >5 jaar
Renteswaps                
Verplichtingen   30 30 7 7 16 0 0

De bovenstaande posten zijn gesaldeerd opgenomen, omdat contractueel de afdekkingstransacties gesaldeerd af worden gewikkeld. Bij het berekenen van de toekomstige kasstromen is aangenomen dat de toekomstige variabele-rentestanden gelijk zijn aan de laatst bekende variabele-rentestand.

Renteprofiel

Op de verslagdatum zag het renteprofiel van de rentedragende financiële instrumenten van de Groep er als volgt uit:

 2014 2013
Activa/verplichtingen met een vaste rente    
Financiële activa 165 139
Financiële verplichtingen 423 299
Saldo -258 -160
     
Activa/verplichtingen met een variabele rente    
Financiële activa 998 998
Financiële verplichtingen 449 450
Saldo 549 548

Rentegevoeligheid

Bij het bepalen van het resultaat is uitgegaan van de balanspositie aan instrumenten ultimo jaareinde die een variabele rente kennen. Op deze positie is vervolgens het effect van een toe- of afname van de variabele rente met 100 basispunten berekend. Voor een deel van deze instrumenten is de variabele rente middels renteswaps gefixeerd. Hierdoor heeft een wijziging van de variabele rente geen effect op deze instrumenten. Aangenomen wordt dat alle andere variabelen, met name de valutakoersen, constant blijven. De analyse is op basis van dezelfde aannames uitgevoerd voor 2013.

Door een stijging met 100 basispunten in de rente per de verslagdatum zou de winst over de verslagperiode met € 8 miljoen zijn toegenomen. Aan rentebaten zou er € 10 miljoen (2013: € 12 miljoen) meer worden ontvangen. De met € 4 miljoen (2013: € 5 miljoen) stijgende rentelasten worden gecompenseerd door opbrengsten uit de renteswaps van € 4 miljoen (2013: € 4 miljoen). Hierdoor resulteert een positief effect van € 10 miljoen (2013: € 11 miljoen). Rekening houdend met vennootschapsbelasting resteert een toename van de winst over de verslagperiode en het eigen vermogen met € 8 miljoen (2013: € 8 miljoen). Bij een daling van de rente met 100 basispunten zou een omgekeerd effect zijn bereikt.

Gevoeligheid commodity derivaten

De gevoeligheid van de commodity derivaten met een boekwaarde ultimo 31 december 2014 van € 25 miljoen is als volgt. Door een stijging van € 0,10 van de brandstofprijs zal de negatieve waarde van de commodity derivaten afnemen met circa € 20 miljoen en het eigen vermogen toenemen met € 16 miljoen. Bij een daling van de brandstofprijs zal een omgekeerd effect zichtbaar zijn.

Reële waarde versus boekwaarde

De in de balans opgenomen boekwaarden van financiële activa en verplichtingen wijken niet af van de reële waarde.

Waardebepaling beleggingen opgenomen onder financiële activa

Bij de berekening van de marktprijs is aangenomen dat voor deposito’s met een afloopdatum binnen één jaar de boekwaarde gelijk is aan de marktwaarde. Bij obligaties is de reële waarde berekend aan de hand van beschikbare actuele marktprijzen/slotkoersen.

Waardebepaling derivaten

Bij het bepalen van de waarde van renteswaps en valutaderivaten gebruikt de Groep waarderingstechnieken waarbij alle significante benodigde gegevens zijn ontleend aan zichtbare marktgegevens (Niveau 2).

De waardebepaling van de optie HTM (zie noot 5) is gebaseerd op gegevens die niet op waarneembare marktgegevens zijn gebaseerd (niet-waarneembare input, Niveau 3).

Kredietrisico

Kredietrisico is het risico van financieel verlies voor de Groep indien een afnemer of tegenpartij van een financieel instrument de aangegane contractuele verplichtingen niet nakomt. Kredietrisico’s vloeien met name voort uit vorderingen op klanten en uit beleggingen. Op balansdatum was er geen sprake van belangrijke concentraties van kredietrisico’s. Het maximale kredietrisico is de balanswaarde van elk financieel actief.

De boekwaarde van de financiële activa vertegenwoordigt het maximale kredietrisico. Het maximale kredietrisico op de verslagdatum was als volgt:

  Toelichting 31 december 2014 31 december 2013
Financiële activa incl beleggingen      
Voor verkoop beschikbare financiële vaste activa 5 151 136
Tot einde looptijd aangehouden financiële vaste activa 5 1 2
Financiële leases 5 14 13
Overige financiële activa 5 60 54
Deposito's 5 223 231
Debiteuren en overige vorderingen 8 370 450
Geldmiddelen en kasequivalenten 9 775 759
Totaal   1.594 1.645

Beleggingen

De Groep beperkt haar kredietrisico van beleggingen door uitsluitend te beleggen bij wederpartijen die voldoen aan het door het concern opgestelde beleid. Periodiek wordt getoetst of contractpartijen (nog) voldoen aan het beleid en of nadere acties gewenst zijn.

Gezien de kredietwaardigheid van tegenpartijen verwacht de Groep dat de tegenpartijen aan de verplichtingen zullen voldoen. Voor de beleggingen, obligaties en deposito’s zijn in 2014 en 2013 geen bijzondere waardeverminderingsverliezen geleden. Beleggingen worden in principe aangegaan bij tegenpartijen die een kredietwaardigheid hebben van ten minste een langetermijncreditrating van A- van Standard & Poor’s en ten minste een langetermijncreditrating van A3 van Moody’s hebben of bij een aantal Nederlandse gemeenten. Indien een wederpartij slechts één creditrating heeft, dient voldaan te worden aan de hiervoor beschreven ratingeisen van Standard & Poor’s of Moody’s. De beleggingen die niet meer voldoen aan dit beleid worden of als uitzondering gedoogd en frequent gemonitord of worden afgebouwd (met name via regulier verloop), hetgeen nog enige tijd na balansdatum kan duren. De buitenlandse ondernemingen van de Groep beschikken niet over langdurige materiële liquiditeitsoverschotten, tenzij dit voortvloeit uit de normale bedrijfsactiviteiten (vooruitontvangen gelden).

Debiteuren en overige vorderingen

Het kredietrisico uit hoofde van handels- en overige vorderingen van de Groep wordt hoofdzakelijk bepaald door de individuele kenmerken van de afzonderlijke afnemers. De demografische aspecten van het klantenbestand waaronder het risico op wanbetaling in de sector en het land waarin de afnemers actief zijn, hebben minder invloed op het kredietrisico. Circa 11% (2013: 11%) van de opbrengsten van de Groep wordt gerealiseerd uit verkooptransacties met de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO).

Als onderdeel van het door de bedrijfsonderdelen gehanteerde kredietbeleid wordt iedere nieuwe klant afzonderlijk op kredietwaardigheid beoordeeld voordat standaard-betalings- en leveringsvoorwaarden worden aangeboden. In geval van contractverlenging worden ook eigen ervaringscijfers gebruikt bij de beoordeling van de kredietwaardigheid. Bij de beoordeling van het kredietrisico worden klanten op basis van kredietkenmerken ingedeeld in groepen, onder andere in overheid, bedrijven, particulieren en klanten met eventuele eerdere financiële problemen. Aan klanten met een hoog risicoprofiel wordt alleen na goedkeuring van de directie geleverd. Met het grootste gedeelte van de afnemers wordt al enige jaren zaken gedaan, waarbij slechts in incidentele gevallen sprake is geweest van (niet-materiële) verliezen.

De Groep vormt een voorziening voor bijzondere waardeverminderingen ter grootte van de geschatte verliezen uit hoofde van handels- en overige vorderingen. De belangrijkste onderdelen van deze voorziening zijn een specifieke verliesvoorziening voor afzonderlijke belangrijke posities en een collectieve verliesvoorziening voor groepen vergelijkbare activa in verband met verliezen die zijn geleden, maar nog niet geïdentificeerd. De collectieve verliesvoorziening wordt bepaald op basis van historische betalingsgegevens voor vergelijkbare financiële activa.

De ouderdomsopbouw van de debiteuren op de verslagdatum was als volgt:

  31 december 2014 31 december 2013
  Bruto Voorzien Bruto Voorzien
Nog niet opeisbaar 151 0 164 0
Opeisbaar 0-30 dagen 7 0 7 0
Opeisbaar 31-120 dagen 9 1 9 0
Opeisbaar 121-180 dagen 7 1 9 1
Opeisbaar 181-360 dagen 3 1 4 1
Opeisbaar meer dan een jaar 13 5 26 6
         
Totaal 190 8 219 8

Bijzondere waardeverminderingsverliezen

Mutaties in de voorziening voor bijzondere waardeverminderingen met betrekking tot debiteuren gedurende het jaar waren als volgt:

  2014 2013
Stand per 1 januari 8 3
Toevoegingen 4 8
Verbruik -3 -1
Vrijval -1 -2
Stand per 31 december 8 8

De voorzieningsrekeningen met betrekking tot debiteuren worden gebruikt om bijzondere waardeverminderingsverliezen te boeken, tenzij de Groep er zeker van is dat het onmogelijk is het verschuldigde bedrag terug te krijgen. In dat laatste geval wordt het bedrag aangemerkt als oninbaar en direct afgeboekt ten laste van het betreffende financiële actief.

Liquiditeitsrisico

Het risico dat de Groep niet aan haar financiële verplichtingen kan voldoen, is beperkt omdat de Groep beschikt over voldoende liquide middelen of middelen die snel liquide gemaakt kunnen worden. Hiernaast heeft de Groep ook de beschikking over een gecommitteerde kredietfaciliteit waaronder € 350 miljoen getrokken kan worden met een looptijd tot 2018.

Ultimo 2014 bedragen de liquide middelen en middelen die snel liquide kunnen worden gemaakt € 1.497 miljoen (2013: € 1.535 miljoen). De contractuele financiële verplichtingen binnen 1 jaar bedragen € 599 miljoen (2013: € 665 miljoen). De Groep verwacht de investeringsverplichtingen en de verplichtingen op langere termijn te financieren uit het surplus aan middelen op korte termijn en uit de verwachte kasstromen uit bedrijfs-, investerings- en financieringsactiviteiten.

De Groep beheerst de liquiditeiten op basis van een periodiek (bottom-up up) opgebouwde liquiditeitenprognose. Op basis van die prognose worden aan de bedrijfsonderdelen die klant zijn van de In House Bank van Corporate Treasury financieringslimieten verstrekt. De bank bewaakt deze limieten en overschrijding is niet mogelijk, tenzij goedkeuring is verkregen. Hiermee heeft Corporate Treasury een early-warning-systeem. De liquiditeitenprognose alsmede de hierboven vermelde financieringslimieten stelt Corporate Treasury in staat de liquiditeiten (uitzetten en opnemen van middelen) te managen.

Hieronder volgen de contractuele looptijden van de financiële verplichtingen, inclusief de geschatte rentebetalingen.

  Boekwaarde 31 december 2013 Contractuele Kasstromen < 6 mnd 6-12 mnd 1-2 jaar 2- 5 jaar > 5 jaar
Niet-afgeleide financiële verplichtingen              
Onderhandse leningen 661 672 25 22 45 481 99
Financiële leaseverplichtingen 88 88 6 7 14 39 22
Overlopende posten 0 0 0 0 0 0 0
Crediteuren en overige schulden 591 591 591 0 0 0 0
               
Afgeleide financiële verplichtingen              
Voor afdekking gebruikte renteswaps 38 46 7 7 32 0 0
Totaal 1.378 1.397 629 36 91 520 121
               
               
  Boekwaarde 31 december 2014 Contractuele Kasstromen < 6 mnd 6-12 mnd 1-2 jaar 2- 5 jaar > 5 jaar
Niet-afgeleide financiële verplichtingen              
Onderhandse leningen 781 853 27 26 449 194 157
Financiële leaseverplichtingen 91 92 8 8 17 39 20
Overlopende posten 0 0          
Crediteuren en overige schulden 523 526 526 0 0 0 0
               
Afgeleide financiële verplichtingen              
Voor afdekking gebruikte renteswaps 30 22 2 2 3 15 0
Commodity derivaten 25 25 4 5 6 9 1
Totaal 1.450 1.518 567 41 475 257 178

Kapitaalmanagement

Aan kapitaalmanagement wordt door de Groep inhoud gegeven door middel het dividendbeleid welke is afgestemd met de aandeelhouder.

Risico’s uit hoofde van zogenaamde crossborder-leasetransacties

De Groep heeft tot en met 1998 crossborder-leasetransacties afgesloten met als doel verlaging van de financieringskosten. Bij deze crossborder leases, die uitsluitend betrekking hebben op rollend materieel, blijft het economisch eigendom bij de Groep. Daarom zijn de betreffende activa in de balans opgenomen. De boekwaarde van het rollend materieel dat ultimo 2014 in crossborder leases was ondergebracht, bedraagt € 135 miljoen (2013: € 182 miljoen). De financieringsvoordelen van de crossborder leases worden, gespreid over de looptijd van de transacties in de winst-en-verliesrekening, in mindering gebracht op de financieringslasten. De met deze leases behaalde, nog niet geamortiseerde financieringsvoordelen, die ultimo 2014 € 2 miljoen bedragen, zijn in de balans opgenomen als aan komende jaren toe te rekenen baten en gesplitst in een kortlopend deel van € 1 miljoen en een langlopend deel van € 1 miljoen. Voor financiële risico’s voortvloeiend uit ontbinding van crossborder-leasetransacties is een bedrag voorzien van € 12 miljoen. Gemeten naar het reële risico achten de Groep het voorziene bedrag voldoende. Een deel met deze leases betrokken posities betreffen off-balanceposities. Het met deze off-balanceposities gepaard gaande kredietrisico wordt door Corporate Treasury beheerst. Het valutarisico in deze contracten is behoudens bijzondere niet-voorzienbare situaties afgedekt.